“Samen oogsten…”
In Genesis 26:12 lezen we:
- Isaak zaaide in dat land…
Om te oogsten moet er eerst gezaaid worden.
Het is wel belangrijk wáár het zaad gezaaid werd.
Niet in Egypte, maar in Gerar, bij de Filistijnen, zo had de Here Isaak geboden. Isaak was gehoorzaam en bleef op de plaats waar de Here hem wilde hebben. (Gen. 26:6)
Op dezelfde manier gebood de Here Jezus de discipelen de netten aan de andere kant van het schip uit te werpen, waarop de discipelen in gehoorzaamheid, tegen hun eigen gedachten in, hun net uitwierpen en een geweldige “oogst” binnenhaalden. (Johannes 21:6)
Zo zien we dat “gehoorzaamheid” aan de basis staat van oogsten.
- Isaak oogstte in dat jaar…
We kunnen niet lezen hoe de oogst in de voorafgaande jaren geweest is.
Wel lezen we in vers 8, dat Isaak een lange tijd in dit land woonde.
De putten, die de knechten van zijn vader Abraham in die streek gegraven hadden, waren door de Filistijnen allemaal dichtgestopt met aarde.
Het zal een geweldige klus voor Isaak geweest zijn om deze putten weer opnieuw op te graven en zo het land van water te kunnen voorzien.
Er is echter nog iets anders gebeurd waardoor de honderdvoudige oogst op zich liet wachten.
Isaak had Abimelek wijs gemaakt dat Rebekka de zus van Isaak was…dezelfde fout, die zijn vader in Egypte gemaakt had.
We zullen maar zeggen: “goed voorbeeld doet goed volgen!”
Isaak had dus gelogen.
Hij kon dan wel gehoorzaam zijn om op de plaats te wonen, waar de Here hem wilde hebben, maar met leugen in zijn leven kon de Here hem nog niet zegenen.
We zien in deze geschiedenis dat pas nadat de leugen beleden – en uit de weg geruimd werd, de Here pas echt kon zegenen.
Er brak voor Isaak een jaar aan van een honderdvoudige oogst!
- De Here zegende Isaak…
We lezen hierover: “En Isaak werd rijk, ja gaandeweg rijker, totdat hij zeer rijk geworden was.
En hij had kudden kleinvee en runderen en een talrijke slavenstoet, zodat de Filistijnen hem benijdden.” (Gen. 26:13-14)
De Here was met Isaak op zo’n manier, dat de mensen om hem heen zelfs jaloers op hem werden.
Hier zien we dat een leven in gehoorzaamheid en heiliging anderen om ons heen jaloers kan maken.
Kennen wij ook dat aanstekelijk christenleven, waarin we de ander bemoedigen om een volgeling van Christus te zijn?
De Here beloonde het harde werken van Isaak.
Hij kon nu zegenen omdat de blokkades weggenomen waren.
Wat is het belangrijk dat we zelf de zegen van God niet in de weg staan.
Hij wil ons graag zegenen…aan Hem zal het niet liggen.
Laten we ons zo uitstrekken naar deze oogst!
